Wie er voor uitkomt sympathie te hebben voor de Cubaanse revolutie wordt in het gunstigste geval beschouwd als een naïeve idealist die blind is voor de negatieve kanten van politieke systemen waarmee geprobeerd wordt idealen van gelijkheid en solidariteit te verwezenlijken.
Dat mensen zich niet moeten laten leiden door egoïsme en hun naasten lief moet hebben dat is iets om in de kerk en in de moskee te belijden. In het economisch leven en in de politiek moet je daar niet mee aankomen. Daar telt de wet van de vrije markt, de survival of the fittest. Idealen doen het goed in verkiezingspropaganda, maar tellen niet in de politieke praktijk.
De morele rechtvaardiging voor het kapitalisme is dat het individuele vrijheid maximaal mogelijk maakt, maar in een vrije markt leidt maximale vrijheid van de één tot de maximale onvrijheid van de ander. Verdedigers van het kapitalisme betogen dat vrije markt en ongelijkheid tot extra economische groei leiden waar ook de armen in de samenleving van profiteren, zij het niet zoveel als de rijken. Maar dat is niet waar.
Oxfam heeft berekend dat de 1 procent superrijken in de wereld meer bezit dan de rest van de wereld bij elkaar. Van de ruim 7 miljard mensen in de wereld leeft 1,5 miljard in extreme armoede. Elke 5 seconde sterft een kind van de honger. Dat het kapitalisme en de ongelijkheid die daarmee samenhangt uiteindelijk ook voordelen heeft voor de armen blijkt allerminst. De rijken worden rijker en de armen worden steeds armer.
Meteen nadat Castro en de zijnen in 1959 een eind hadden gemaakt aan de macht van de VS over Cuba met het voornemen een eind te maken aan de uitbuiting door de rijke Amerikaanse en Cubaanse elite nam de VS economische en militaire maatregelen om Cuba te isoleren en uit te hongeren, uit vrees dat andere landen in Midden- en Zuid Amerika het voorbeeld van Cuba zouden volgen. “Cuba is a cancer in the Western Hemisphere,”, aldus Richard Nixon, destijds vice president.
Met het anti-castro beleid waarschuwde de VS landen in Midden- en Zuid Amerika dat zij zich beter niet tegen de VS konden keren. Door internationale handel met Cuba te verhinderen en Cuba op hoge militaire kosten te jagen beoogde en beoogt de VS Cuba bovendien zodanig te verarmen, dat als argument tegen het Cubaans communisme kon en kan worden aangevoerd dat het niet werkt en de bevolking straatarm maakt.
De VS is er na ruim een halve eeuw niet in geslaagd het regime in Cuba weg te krijgen, ook niet nadat Cuba het verder zonder economische en militaire hulp moest stellen van de Sovjet-Unie (1991). De gemiddelde levensverwachting in Cuba doet niet onder voor die in de VS en Europa. Onderwijs en gezondheidszorg zijn prima, daklozen die zich moeten voeden met wat ze in vuilnisbakken kunnen vinden, zoals in grote steden in de VS en Europa veel voorkomt, tref je in Cuba niet aan.
Dat Cuba er ondanks alle militaire en economische maatregelen van de VS, die daarbij op de steun kan rekenen van Europese regeringen, in geslaagd is de honger uit te bannen en de bevolking van onderwijs en gezondheidszorg te voorzien kan alleen meer gezien worden als een enorme prestatie én een aanwijzing dat het communisme zoals dat in Cuba is ingevoerd nog niet zo gek is. En dát verklaart waarom de VS de economische blokkade niet opheft en de propaganda oorlog tegen Cuba opvoert, gesteund door Europese regeringen en de mainstream media die gewend zijn uit de hand van de overheid en het bedrijfsleven te eten.
Immers, stel je voor hoe Cuba zich zou kunnen ontwikkelen als het vrij handel zou kunnen drijven met iedereen in de wereld en niet gedwongen zou zijn er een groot militair apparaat en dito inlichtingendienst op na te houden. De verdrukten in de VS en in Europa zouden dan de vraag gaan stellen: wat in Cuba kan, waarom kan dat niet bij ons? En dat is wat de regerende elite in de VS en in Europa wil voorkomen. En daarom moet Cuba afgeschilderd worden als een dictatuur waar de mensen het slecht hebben.